Jullie voelen het als eerste. Dus jullie bepalen mee.
Communicatieprofessionals werken met taal. Generatieve AI is in de kern een taaltechnologie. Die overlap is totaal. Geen enkele andere beroepsgroep in een lokaal bestuur ervaart de impact van AI zo direct, zo dagelijks, zo in het hart van wat ze doen.
Jullie zijn de eersten die de kracht ervaren, en weten waar die tekortschiet. De eersten die de beperkingen zien, en begrijpen waarom menselijk oordeel onmisbaar blijft. De eersten die de risico's aanvoelen en kunnen inschatten waar het fout gaat als niemand oplet.
Dit is een kans.
De voorsprong op basis van ervaring
In de eerdere artikelen in deze reeks beschreven we hoe je expertise structureel verankert in AI-systemen en waarom de communicatierol verschuift van uitvoerend naar strategisch. Maar er is een dimensie die we nog niet expliciet hebben benoemd: de unieke positie van communicatieprofessionals om mee te bepalen hóé AI wordt ingebed in de organisatie.
Die positie komt niet uit een functieomschrijving. Die komt uit ervaringskennis. Jullie weten binnen tien seconden of een tekst "klopt", of die de juiste toon heeft, of de boodschap landt, of de nuance aanwezig is. Jullie kennen de politieke dynamiek, de gevoelige dossiers, de wijken waar het vertrouwen fragiel is. Jullie schakelen dagelijks tussen doelgroepen die fundamenteel andere benaderingen vragen. En jullie weten wat de impact is van slechte communicatie, omdat jullie de telefoontjes krijgen als het fout gaat.
Die ervaringskennis is precies wat AI mist, en precies wat het kader voor AI-gebruik nodig heeft.
Van ervaren naar mee bepalen
Ervaringskennis hebben is één ding. Die kennis inzetten om het kader mee te vormgeven is iets anders. En dat is precies wat nu nodig is.
Elk lokaal bestuur dat AI serieus neemt, zal vroeg of laat een ethisch kader moeten formuleren. Principes over transparantie, privacy, menselijke controle, non-discriminatie. In het volgende artikel van deze reeks gaan we diep in op dat ethisch kader. Maar hier is het punt: communicatieprofessionals horen niet aan de zijlijn te staan bij de totstandkoming ervan. Ze horen aan tafel te zitten.
In het vorige artikel beschreven we die stoel aan tafel: de AI-stuurgroep, de communicatieparagraaf in elke projectfiche, de FAQ voor de website. Maar het gaat verder dan mee beslissen over hoe AI wordt ingezet. Het gaat over vier kaders die in de kern communicatiekaders zijn, en die zonder jullie expertise niet deugen.
Het transparantiekader
Wanneer en hoe vertelt de organisatie dat AI is gebruikt? Moeten burgers weten dat een brief AI-gegenereerd is?
Hoe labelen we AI-content op de website? Wat zeggen we als de pers belt met de vraag "Gebruikt u AI?"
Dat zijn geen IT-vragen en geen juridische vragen. Het zijn communicatievragen. De EU AI Act vereist dat burgers weten wanneer ze met AI communiceren, maar de wet zegt niet hoe dat label eruitziet, in welke toon het wordt geformuleerd, of waar het staat. Dat bepaal jij. De DPO bepaalt of iets mag. IT bepaalt of iets kan. Jij bepaalt of het klinkt, landt en vertrouwen bewaart.
Het kwaliteitskader
Welke communicatietypen mogen volledig AI-gegenereerd zijn? Een social media post over het containerpark, misschien. Een brief over de afwijzing van een sociale woning, nooit zonder menselijke validatie. Waar is menselijke tussenkomst niet onderhandelbaar?
In het eerste artikel beschreven we hoe je kwaliteitscontrole verschuift van incidenteel proeflezen naar systeemontwerp: prompt-templates per communicatietype, checklist-prompts waarmee AI zijn eigen output controleert, en menselijk oordeel op de plekken waar het ertoe doet. Die architectuur ontwerp jij, want jij weet waar de kwaliteit breekt.
Het identiteitskader
Hoe voorkomen we dat onze communicatie generiek wordt? Dat elke gemeente klinkt als dezelfde ChatGPT-output? Hoe behouden we de menselijke stem in digitale interacties, de warmte, de nabijheid, het gevoel dat er een mens achter de tekst zit?
Dit is waar de tone of voice-verankering en dus de menselijke expertise van de communicatie-expert een ethische dimensie krijgt. Het gaat niet alleen om efficiëntie. Het gaat om identiteit. Wat maakt onze communicatie herkenbaar, en hoe vertalen we dat naar AI-instructies die dat beschermen in plaats van nivelleren?
Het proceskader
Wie mag AI-communicatie publiceren zonder extra review? De collega van de groendienst met een ingebouwde Custom GPT, of alleen de communicatiedienst zelf? Welke goedkeuringsprocessen gelden voor welk type content? Hoe organiseren we kennisdeling over wat werkt en wat niet?
In een vorig artikel beschreven we de Communicatiekit: het systeem waarbinnen tien diensten communiceren binnen jouw kader, met jouw kwaliteitsnormen. Het proceskader is de governance rondom die kit, en die governance ontwerp jij, want jij kent de bottlenecks.
Bewust en kritisch: wat dat concreet betekent
Die twee woorden, bewust en kritisch, zijn makkelijk gezegd. Maar ze vragen een heel specifieke houding.
Bewust betekent niet blind omarmen. Het betekent ook niet blind afwijzen. Het betekent elke AI-toepassing toetsen aan de vraag: dient dit de burger, de organisatie en het publieke belang? Het betekent documenteren wat je leert. Welke prompts werken en welke niet, waar AI verrassend goed is en waar het faalt, welke workflows tijd besparen en welke meer problemen creëren dan ze oplossen. Jouw ervaringen worden het beleid van morgen. Behandel ze als zodanig.
Kritisch betekent AI-output niet klakkeloos overnemen, ook niet als die er gepolijst uitziet. Het betekent bias herkennen en corrigeren. Vraag AI om een afbeelding van een CEO te genereren en kijk wie er verschijnt. Man, vijftig, wit, pak. Vraag vervolgens om een vrouwelijke CEO van kleur en zie het verschil. Wat zegt dat over de data waarop AI is getraind? En wat betekent het als een lokaal bestuur die AI inzet voor beeldvorming in campagnes of folders?
Kritisch betekent ook durven zeggen: "Hier gebruiken we geen AI." Niet uit angst, maar uit oordeelsvermogen. Sommige communicatie verdient een mens. Een condoleancebrief aan een nabestaande. Een gesprek met een burger in een kwetsbare situatie. Een tekst over een gevoelig dossier waar elk woord telt. De kracht van de communicatieprofessional zit niet alleen in weten waar AI wél kan helpen, maar ook in weten waar het niet hoort.
En misschien de belangrijkste kritische vraag: wat verliezen we als we dit automatiseren? Niet alleen in termen van kwaliteit, maar in termen van menselijkheid, nabijheid, vertrouwen. Een AI-chatbot die burgers te woord staat is efficiënt. Maar als de burger een luisterend oor nodig had in plaats van een correct antwoord, dan heeft de technologie haar doel gemist.
De data die je mandaat bewijst
Er is nog een argument voor dat mandaat dat we niet mogen missen, en het is misschien het sterkste.
In het vorige artikel beschreven we hoe data een communicatie-instrument wordt: sentimentanalyse van inspraakreacties, bereikpatronen, doelgroepsegmentatie. Maar die data bewijst ook iets anders. Ze bewijst dat communicatie impact heeft, of niet heeft. En dat bewijs verandert het gesprek aan de bestuurstafel.
Wanneer je kunt aantonen dat campagne A bij doelgroep X tot 40% meer begrip leidde dan campagne B, dan praat je niet meer over "een mooi persbericht." Dan praat je over meetbare impact. Wanneer je 200 inspraakreacties kunt clusteren en de drie grootste burgerenzorgen kunt benoemen vóór het college beslist, dan ben je niet meer de dienst die achteraf een persbericht maakt. Dan ben je de dienst die het besluit mee informeert.
Dat is het mandaat in zijn sterkste vorm: niet alleen meebepalen hoe AI wordt gebruikt, maar aantonen dat professionele communicatie, versterkt door AI, meetbaar bijdraagt aan betere beslissingen en meer vertrouwen.
Pionieren is geen luxe, het is een opdracht
We zitten in een bijzonder moment. De technologie is er. De tools zijn beschikbaar, en in overweldigende hoeveelheden. ChatGPT, Copilot, Gemini, enzovoort. Voor elk communicatieprobleem lijkt er wel een tool te bestaan die het sneller, slimmer of mooier kan oplossen. Dat is niet het probleem. Het probleem is dat al die tools samen geen systeem vormen. Ze vormen ruis.
Want wat gebeurt er als elke medewerker zijn eigen favoriete AI-tool gebruikt? Geen gemeenschappelijk kader. Geen gedeelde kwaliteitsnormen. Geen manier om wat je leert te laten renderen voor de hele organisatie. Je hebt tien individuen die experimenteren, niet een organisatie die evolueert.
De cruciale keuze is daarom niet welke tool je gebruikt. De cruciale keuze is: in welke omgeving ga je werken? Een omgeving die je toelaat jouw principes structureel in te bedden. Ook als dat kader nog niet af is, ook als je nog aan het leren bent. Een omgeving die jouw tone of voice, jouw kwaliteitsnormen en jouw governance mee laat groeien naarmate je inzicht groeit. En een omgeving die toelaat wat je vandaag klein begint, morgen te laten schalen naar de hele organisatie.
Vanuit die omgeving kies je één concrete toepassing om mee te starten (vb. de nieuwsbrief, de social media planning, de verwerking van inspraakreacties). Niet met de vraag "hoeveel tijd bespaar ik?", maar met de vraag "wat levert dit op in kwaliteit en impact, en hoe bouw ik daar verder op?" Documenteer wat je vindt. Deel het met een collega, niet als presentatie maar als uitnodiging.
Als je organisatie al bezig is: zorg dat communicatie niet alleen eindgebruiker is van AI-tools, maar mee aan tafel zit bij de keuzes. Welke omgeving gebruiken we? Welke principes bedden we in? Welk transparantiebeleid hanteren we? Breng jouw expertise in: toon, doelgroepen, gevoeligheid, externe impact. Dat is precies wat IT en het projectteam vaak missen.
En bouw aan het kader. Neem het initiatief om principes voor te stellen. Niet om alles vast te leggen, daarvoor beweegt de technologie te snel. Maar om de grenzen te bepalen waarbinnen gewerkt wordt. Vijf tot zeven principes. Concreet genoeg om richting te geven, breed genoeg om niet te verstikken. En kies een omgeving die die principes niet alleen respecteert, maar ze actief ondersteunt.
Claroo hebben we gebouwd als die omgeving.
Claroo is net géén volgende tool naast de vele andere, maar als het kader waarbinnen je werkt. Een plek waar je jouw principes structureel inbedt: tone of voice, huisstijl, governance, kwaliteitsnormen, ... Ook als ze nog in ontwikkeling zijn. Waar wat je vandaag leert morgen automatisch geldt voor de hele organisatie. En waar wat klein begint, kan schalen zonder in te boeten aan consistentie of controle. Er is genoeg beschikbaar. De vraag is niet meer wát je gebruikt. De vraag is of de omgeving waarin je werkt jou toelaat te bouwen aan iets dat blijft.
